Tipgeld fiscale fraude: premiejagerscultuur

De Nederlandse fiscus betaalt soms tipgeld voor informatie over fiscale fraude. Als de tipgever die informatie gestolen heeft omdat hij wist dat hij tipgeld kon vangen, mag dat bewijsmateriaal dan wel worden gebruikt? Het is immers onrechtmatig verkregen. Als de onrechtmatigheid is geïnitieerd door de overheid, doet zich daarbij toch echt een complicatie voor.   

Het Tweede Kamerlid Omtzigt heeft aan Staatssecretaris Wiebes van Financiën vragen gesteld over zogenaamde tipgelden. Aanleiding voor deze vragen was de start van het project Vierde Categorie. In dit project ging het om informatie die was verkregen van een tipgever die hiervoor is beloond op grond van een overeenkomst met de fiscus. Het project betrof ongeveer 150 Nederlanders die via België geld zouden hebben overgemaakt naar een Zwitserse vennootschap. Deze zou vervolgens zorg dragen voor het beleggen van het geld. Dit beleggingsvermogen zou voor de fiscus zijn verzwegen. In veel gevallen is dit echter onjuist gebleken; er was wel degelijk belastingaangifte gedaan van het beleggingsvermogen.

De aan Wiebes gestelde vragen gingen over het beleid dat de fiscus zou hanteren met betrekking tot de omgang met de tegen betaling aangeboden tips over fiscale fraude. In zijn brief van 11 februari 2014 geeft Wiebes antwoord op de vragen. Hij verwijst hierbij naar een brief van de toenmalige staatssecretaris van financiën van 2 februari 2010. Daarin is aan de hand van verschillende criteria een kader geschetst voor beslissingen van de fiscus over het maken van (betalings-)afspraken met een tipgever.

De brief van 2010 was opgesteld vanwege het door de fiscus sluiten van een overeenkomst met een tipgever. Die verstrekte tegen betaling informatie over door honderden Nederlandse zwartspaarders aangehouden bankrekeningen in het buitenland. Dit kader, dat bepalend moet zijn voor het handelen van belastingdienst en FIOD, is niet bepaald nieuw; het bouwt voort op een resolutie van 24 oktober 1985. De belangrijkste elementen van het het kader zijn: aanzienlijk fiscaal belang, betrouwbare informatie, geen risico voor tipgever en betrokken belastingambtenaar, geen strafrechtelijke immuniteit en een zeer terughoudend beleid. Maar onduidelijk was en blijft nog steeds hoe de fiscus invulling geeft aan het door hem gestelde kader.

De vraag werpt zich op in hoeverre het betalen van tipgeld door de fiscus aan de tipgever kan worden aangemerkt als betrokkenheid bij een strafbaar feit? De strafkamer van de Hoge Raad heeft geoordeeld dat onrechtmatig verkregen bewijs door de overheid mag worden gebruikt, tenzij zij de onrechtmatigheid heeft geïnitieerd of gefaciliteerd. Ook naar het oordeel van de belastingkamer mag de inspecteur onder deze voorwaarden zulke informatie gebruiken om na te vorderen.

Aan Wiebes wordt de vraag gesteld hoe hij waarborgt en verzekert dat er geen sprake is van door de overheid geïnitieerde en gefaciliteerde onrechtmatige bewijsgaring. Zijn antwoord luidt dat dit wordt gewaarborgd door zo terughoudend mogelijk om te gaan met de mogelijkheid van het aangaan van tipgeversovereenkomsten. Dit is tevens de reden dat er niet tot een nadere detaillering van de tipgeldregelingen wordt overgegaan, om zo te voorkomen dat er een stimulans zou kunnen uitgaan voor de zogenaamde fiscale premiejager.

De vraag is evenwel of de overheid behoorlijk handelt door gebruik te maken van informatie van tipgevers. De overheid heeft bekend gemaakt dat er een beleid over tipgeld bestaat en dat een tip kan leiden tot het uitbetalen van tipgeld. Alleen al de wetenschap dat de overheid bereid is te betalen voor gestolen financiële informatie kan in sommige individuen de premiejager wakker maken.

Als een individu zich door de in het vooruitzicht gestelde beloning geïnspireerd voelt en zich schuldig maakt aan diefstal van gegevens om deze in ruil voor het tipgeld door te spelen aan de fiscus, kan niet op voorhand worden gesteld dat hier geen sprake is van initiëren dan wel faciliteren van het strafbare feit. Dit nog los van het feit dat een geïnspireerd geraakt individu ook creatief een lijst met fictieve fraudeurs kan opstellen en deze als betrouwbaar aan de fiscus kan presenteren.

Hoe de fiscus de betrouwbaarheid van aangeleverde gegevens controleert en waarborgt is onduidelijk.

Hebt u vragen over dit onderwerp of wordt u zelf op grond van een betaalde tip beschuldigd van belastingfraude? Neem dan contact op met Marloes Rijksen. Zij geeft u er graag alle informatie over.

Reacties zijn gesloten.