De omvang van de verhoorbijstand is nog steeds niet duidelijk

Het recht op toegang tot een advocaat tijdens het politieverhoor dient uiterlijk op 27 november 2016 geïmplementeerd te zijn in nationale wetgeving. Nog voordat de wetgever de Richtlijn heeft omgezet in nationaal recht, oordeelde de Hoge Raad eind 2015 dat een aangehouden verdachte al per 1 maart 2016 het recht heeft op bijstand van een advocaat tijdens een politieverhoor. Naar aanleiding van dit arrest heeft het OM beleidsregels gepubliceerd over de rol die de advocaat bij het verhoor heeft. Het recht om daadwerkelijk deel te nemen aan het verhoor wordt met deze beleidsregels tot een illusie gemaakt. Ten onrechte worden té minimale bevoegdheden aan de advocaat toegekend, waardoor fundamentele aspecten van de verdediging niet gewaarborgd worden. Naar de visie van veel advocaten bevat de wijze waarop de bijstand tijdens het politieverhoor wordt geregeld een uiterst kwalijke tekortkoming dat in strijd is met het Unierecht. Dit heeft geleid tot een procedure bij Rechtbank Den Haag. De wijze waarop de verhoorbijstand moet worden ingevuld blijft helaas vooralsnog onduidelijk. De voorzieningenrechter beperkt zich tot het stellen van een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over de omvang van dit recht.

index

In een EU-Richtlijn van 2013 zijn de minimale waarborgen vastgelegd die gelden bij het recht op verhoorbijstand. Een van deze waarborgen is het recht dat een advocaat bij het verhoor aanwezig is. De EU-Richtlijn stelt expliciet dat een advocaat daadwerkelijk kan deelnemen aan het verhoor. De EU-Richtlijn bouwt voort op de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In deze jurisprudentie zijn normen vastgesteld voor het recht op toegang tot een advocaat. De Hoge Raad heeft de wetgever in 2014 al opgeroepen om de vereiste wettelijke regeling van de verhoorbijstand met voortvarendheid ter hand te nemen. Om de EU-Richtlijn te implementeren is een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Voordat een nationale regeling tot stand is gekomen oordeelde de Hoge Raad al dat een aangehouden verdachte het recht heeft op een advocaat tijdens een politieverhoor. Dit heeft ook voor FIOD zaken een positief gevolg. Doordat niet langer sprake is van een gunst maar zelfs een verplichting om als advocaat daadwerkelijk deel te kunnen nemen aan het verhoor. Dit stelt ons als kantoor in de gelegenheid om in het belang van de verdachte een zorgvuldig en eerlijk strafproces te garanderen tijdens verhoren.

De volle werking van het Unierecht

Het nationale recht dient zoveel mogelijk te worden uitgelegd in het licht van de EU-Richtlijn om de verplichtingen die hieruit voortvloeien te garanderen.1 De overheid dient daarbij maatregelen te treffen die geschikt zijn om de nakoming van de verplichting tot rechtsbijstand tijdens het politieverhoor te verzekeren. Deze verplichting geldt voor alle met overheidsgezag beklede instanties, waaronder de wetgever en de rechterlijke macht.2 Uit de nog nader in te vullen nationale wetgeving dient te volgen dat een advocaat daadwerkelijk moet kunnen deelnemen aan een (politie)verhoor. De Richtlijn is echter nog niet omgezet in een nationale regelgeving. Naar het oordeel van het Hof van Justitie bereikt een Richtlijn rechtssubjecten slechts via het nationale recht. Dit betekent dat een verdachte zich niet rechtstreeks op deze bepalingen uit de Richtlijn kan beroepen.

Te beperkte bevoegdheden voor een afgekoelde raadsman

Volgens een antwoord op Kamervragen door de Minister van Veiligheid en Justitie komt aan de advocaat een ruim pallet van bevoegdheden toe en bestaat voldoende ruimte voor adequate deelname aan het verhoor.3 Uit de EU-Richtlijn volgt dat lidstaten praktische regelingen kunnen treffen en dat deelname aan het verhoor in overeenstemming met procedures in het nationaal recht dient te worden uitgeoefend. Wel moeten de nationale procedures de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het desbetreffende recht onverlet laten.4 Deze begrenzing van het Unierecht betrekt de Minister niet in zijn antwoord op de Kamervragen. Je kunt je afvragen of een advocaat wel daadwerkelijk in de gelegenheid wordt gesteld om rechtsbijstand te verlenen tijdens het politieverhoor, indien onder andere slechts vóór aanvang en na afloop van het verhoor opmerkingen gemaakt mogen worden. De rol van een advocaat wordt beperkt tot het begin en het einde van het verhoor en een drietal specifieke omschreven situaties (pressieverbod, verduidelijking vraag en doorgang verhoor kan niet in verband met toestand verdachte). Hoe wil een advocaat met een dergelijk ondergeschikte en geringe rol tijdens het verhoor effectief voor de belangen van een verdachte kunnen opkomen?

Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad

Het oordeel van de voorzieningenrechter biedt nog geen uitsluitsel. De omvang van het recht op verhoorbijstand ten aanzien van de rol van de advocaat blijft onduidelijk. Een belangrijk punt naar onze visie is dat de uitspraak bevestigt dat de Beleidsbrief OM de rol van de advocaat tijdens het verhoor beperkt.5 Doordat de Richtlijn nog niet geïmplementeerd is in nationale wetgeving, kan de invulling van dit recht niet worden afgeleid uit de Richtlijn. De vraag waar de voorzieningenrechter op moet beslissen is dan ook of de tijdelijke regelingen die naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad (Verhoorbijstand-arrest) zijn getroffen, te verenigen is met de geformuleerde norm uit het verhoorbijstand arrest van de Hoge Raad. Om deze reden wendt de voorzieningenrechter zich tot de Hoge Raad met een prejudiciële vraag: of de beperkingen die volgen uit de Beleidsbrief OM verenigbaar zijn met de geformuleerde norm van de Hoge Raad (Verhoorbijstand-arrest).

Wij kunnen niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat de rechten die volgen uit het Unierecht ook daadwerkelijk gegarandeerd worden. Het is in onze visie niet alleen een taak, maar zelfs een verplichting van een raadsman – om de fundamentele rechten van zijn cliënt te beschermen. Dit betekent dat een raadsman tijdens het politieverhoor moet kunnen interveniëren, indien dit door een advocaat in het belang van de cliënt noodzakelijk wordt geacht. De Nederlandse Orde van Advocaten heeft een protocol opgesteld en invulling gegeven aan de reikwijdte van het recht op verhoorbijstand, vooralsnog zullen wij dit protocol in achtnemen.

1 Zie r.o. 20.

2 Zie r.o. 26.

3 Zie o.a. het antwoord op vraag 8 en 9 van Kamervragen welke zijn voorgelegd aan de Minister van Veiligheid en Justitie.

4 Overweging 25 van betreffende EU-Richtlijn

5 Zie r.o. 4.6.

Mr. drs. W. de Vries

 

Vanaf 1 maart 2016 heeft verdachte recht op bijstand tijdens politieverhoor

De verdachte van een strafbaar feit die is aangehouden of door de politie of een andere opsporingsinstantie wordt uitgenodigd om te worden verhoord, heeft recht op bijstand van een advocaat tijdens het (politie)verhoor.  Tenzij de verdachte expliciet afstand doet van dit recht of wanneer er een dringende noodzaak is om met het verhoor te beginnen, is er bij het verhoor dus een advocaat aanwezig. Vanaf 1 maart 2016 moet de verdachte, voor de start van het verhoor, door de opsporingsambtenaar actief worden gewezen op dit recht.

toga bij verhoor

6 EVRM: recht op een eerlijk proces

In het arrest Salduz tegen Turkije (EHRM GK 27 november 2008, nr.36391/02, NJ 2009/214) oordeelde het EHRM dat uit het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM voortvloeit dat aan de door de politie aangehouden verdachte als regel toegang tot een raadsman moet worden verschaft vanaf het eerste verhoor door de politie, tenzij er dwingende redenen zijn om dat recht te beperken.

Vervroegde toepassing vanwege rechtszekerheid

Nederland had eigenlijk tot 27 november 2016 de tijd gekregen om de Europese richtlijn[1] te implementeren in de nationale wetgeving. Op 22 december 2015[2] heeft de Hoge Raad echter geoordeeld dat in het belang van de rechtszekerheid het recht op bijstand tijdens het verhoor reeds vanaf 1 maart 2016 moet gelden. De Hoge Raad oordeelt dat:

“hoewel het EHRM nimmer uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist dat onder alle omstandigheden sprake is van een dergelijke schending ingeval de raadsman van de verdachte niet aanwezig is bij het verhoor, is in het licht van de bedoelde casuïstische rechtspraak van het EHRM de rechtszekerheid ermee gediend dat de Hoge Raad thans overgaat tot een aanscherping van de regels betreffende de rechtsbijstand die in HR 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:770, NJ 2014/268 zijn uiteengezet.”

Met het oog daarop gaat de Hoge Raad voortaan ervan uit dat een aangehouden verdachte het recht heeft op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie, tenzij, gelijk aan de consultatiebijstand, er dwingende redenen zijn om dat recht te beperken. De rechtsbijstand niet alleen voor maar ook tijdens het politieverhoor speelt in een groot aantal strafzaken een rol. De Hoge Raad spreekt zijn angst uit dat justitiële autoriteiten bij de afdoening van de zaken waarin dit een rol speelt, de uitkomst van de voorgenomen prejudiciële procedure zal worden afgewacht[3]. Dit zou langdurige en onaanvaardbare vertraging van deze zaken meebrengen. Door deze aanscherping van de regels betreffende de rechtsbijstand wordt deze in de ogen van de Hoge Raad onaanvaardbare consequentie voorkomen. Nu de genoemde Richtlijn uiterlijk eind november 2016 moet zijn geïmplementeerd, gaat de Hoge Raad ervan uit dat de Nederlandse overheid de beleidsmatige, organisatorische en financiële keuzes inmiddels heeft gemaakt.

Het arrest van de Hoge Raad met deze uitdrukkelijke aanwijzing voor aanscherping van de verhoorbijstand met een opdracht aan de wetgever verbaast vriend en vijand. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft inmiddels laten blijken dat 1 maart 2016 niet haalbaar is. Het streven voor implementatie van de Richtlijn blijft 27 november 2016. Het arrest betekent echter wel dat verdachten vanaf 1 maart aanstaande al recht hebben op bijstand tijdens het politieverhoor.

Rol advocaat tijdens verhoor

Het OM heeft in een beleidsbrief regels opgenomen voor de inrichting en orde tijdens het politieverhoor. Advocaten mogen bijvoorbeeld ten minste één keer vragen om onderbreking van het verhoor voor overleg en voor aanvang en na afloop van het verhoor opmerkingen maken of vragen stellen. Zo kan uw advocaat tijdens het verhoor ook nog sturing geven. Tijdens het verhoor kan bijvoorbeeld blijken dat u zich beter op uw zwijgrecht kunt beroepen, of juist niet. Daarnaast kan een advocaat tijdens het verhoor aangeven aan de verhorend ambtenaar dat de verdachte bijvoorbeeld een vraag niet begrijpt, in strijd met de wet ontoelaatbare druk op de verdachte wordt uitgeoefend of dat de fysieke of psychische toestand van de verdachte zodanig is dat het niet verantwoord is het verhoor voort te zetten.

Een advocaat kan van een bijzondere toegevoegde waarde zijn tijdens het (politie)verhoor. Daarom is het verstandig van de mogelijkheid op bijstand tijdens het verhoor gebruik te maken.

Mr. M.D.M. van der Linde

[1]Richtlijn nr. 2013/48/EU van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PbEU 2013, L294).

[2] ECLI:NL:HR:2015:3608.

[3] De Hoge Raad heeft namelijk aangegeven dat indien nu of in een volgende zaak waarin de bijstand tijdens het verhoor relevant zou zijn voor de oplossing van het geschil, prejudiciële vragen zouden worden gesteld.