Nederlandse zwartspaarders deel 2: Groepsverzoek, mag dat toch?

Update 12-11-2015

In de Zwitserse media is 12 november jl. een artikel gepubliceerd waarin wordt geschreven dat de Zwitserse fiscus heeft ingestemd met het verzoek van de Nederlandse Belastingdienst om gegevens van Nederlandse rekeninghouders bij de UBS aan de Nederlandse Belastingdienst af te dragen. Nog niet duidelijk is over hoeveel rekeninghouders het gaat en of de fiscus op dit moment al over de informatie beschikt. Zodra de gegevens bij de fiscus bekend zijn, is inkeer niet meer mogelijk. De vermeende zwartspaarder kan dan worden beboet en kan ook strafrechtelijk worden vervolgd.

______________________________________________________________________

11-11-2015

Naar aanleiding van mijn blog ‘Nederlandse zwartspaarders in Zwitserland onder druk: bangmakerij?’ kreeg ik verschillende reacties. Enkelen merkten op dat dat ‘groepsvragen’ door Nederland aan Zwitserland misschien toch mogelijk zijn, ondanks dat dit (nog) niet in het verdrag is opgenomen.

Kaart+pasjes

Dit standpunt wordt gebaseerd op de gewijzigde toelichting op informatie-uitwisseling in het modelverdrag. In deze wijziging wordt het begrip groepsverzoeken geïntroduceerd – maar ook direct beperkt. Bovendien blijft staan dat het verdrag Nederland-Zwitserland daarna niet is aangepast. Mijn conclusie blijft daarom dat de informatie die nu gevraagd is over de UBS niet door Zwitserland hoeft te worden verstrekt.

In de toelichting worden voorbeelden gegeven van groepsverzoeken die onvoldoende zijn. Bijvoorbeeld onvoldoende specifiek is:

  • een vraag naar een groep van Nederlandse belastingbetalers in Zwitserland met de mogelijkheid dat zij in Nederland hun vermogen niet hebben opgegeven;
  • diezelfde vraag, met als opmerking dat de betreffende bank erom bekend staat veel Nederlandse zwartspaarders te hebben.

Deze informatie hoeft door de aangezochte Staat (bijvoorbeeld Zwitserland) dus niet te worden gegeven. Dit soort verzoeken kwalificeren als fishing expeditie (of ‘sleepnetverzoek’).

Wat doet Zwitserland?

Toch stuurt Zwitserland nu aan de UBS-spaarders met een Zwitserse gemachtigde – en kondigt voor de anderen een ‘anonieme publicatie’ in het Bundesblatt aan – een ‘eindbesluit’, waarin wordt vermeld dat:

  • volgens de Zwitserse fiscus aan de vereisten voor informatieverzoeken is voldaan;
  • dat het verzoek van Nederland kan worden uitgevoerd voor de periode 1 februari 2013 tot 31 december 2014;
  • dat de gegevens al door de UBS aan de Zwitserse fiscus zijn verstrekt;
  • dat de betrokkene hiertegen beroep kan aantekenen.

Het is afwachten wat er uiteindelijk gaat gebeuren – gaat Zwitserland echt (en direct) informatie geven van personen die niet reageren? Of zullen eerst de – massaal hiertegen ingestelde – beroepen van Nederlanders worden afgewacht? Tegen het eindbesluit kunnen alle bevraagde spaarders binnen 30 dagen in beroep bij de Zwitserse rechtbank. Daarbij moeten wel alle kaarten op tafel worden gelegd: alle redenen waarom de betrokkene het niet eens is met verstrekking aan Nederland moeten direct in het beroepschrift worden vermeld.

Lees verder

Voor mijn oorspronkelijke blog over dit onderwerp zie Nederlandse zwartspaarders in Zwitserland onder druk: bangmakerij?

Mr. V.S. (Vanessa) Huygen van Dyck-Jagersma

Zie ook de publicatie hierover van 12 november 2015 in de Zwitserse Handelszeitung:

 

Nederlandse zwartspaarders in Zwitserland onder druk: bangmakerij?

Zwartspaarders met een rekening in Zwitserland voelen de druk toenemen. De Nederlandse fiscus vraagt aan Zwitserse banken informatie over (bijna) alle Nederlandse zwartspaarders. Nu zijn groepsvragen gesteld aan de UBS. Zelfs als die vragen te ruim zijn gesteld en Zwitserland ze daarom niet gaat beantwoorden, bestaat een risico dat informatie over de zwartspaarder via een omweg toch op het bordje van de fiscus terecht komt. Van buitenlandse (niet Zwitserse) spaarders kunnen namelijk naam en toenaam in het Bundesblatt worden gepubliceerd. Is er dan echt geen andere uitweg meer mogelijk dan zo snel mogelijk alsnog inkeren?

Zurich, Switzerland - September 9, 2012: Main entrance of the Swiss bank's Credit Suisse headquarter on Zurich Paradeplatz.

Fiscus vraagt informatie aan Zwitserland en dreigt zwartspaarders

De Nederlandse Belastingdienst heeft over een grote groep spaarders aan de Zwitserse UBS informatie gevraagd. De Belastingdienst weet niet over wie het gaat. De gevraagde informatie betreft iedereen die meer dan €1.500 heeft of heeft gehad. Dat is dus extreem ruim en ruikt naar een fishing expeditie: te vaag. Nederland baseert dit verzoek op een verdrag met Zwitserland over fiscale gegevensuitwisseling uit 2011. Maar in dat verdrag is niets over groepsverzoeken geregeld. De fiscus dreigt dat wie niet alsnog zichzelf ‘vrijwillig’ meldt, een boete van 300% boven het hoofd hangt. Zolang de naam van een individuele zwartspaarder nog niet bij de Belastingdienst bekend is – althans hij of zij dat nog niet hoeft te weten – is in principe inkeer nog mogelijk.

Mag dat?

In 2014 is het met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2013 op grond van de Zwitserse wet over ‘internationale Amtshilfe in Steuersachen’ mogelijk voor buitenlandse fiscale autoriteiten om een ‘groepsverzoek’ te doen aan Zwitserse banken. Een nadere Zwitserse regeling bepaalt dat het wel om een ‘gedetailleerd omschreven’ groep moet gaan. Daarvóór was alleen een individueel informatieverzoek mogelijk over identificeerbare personen. Qua periode zou de als ‘groepsverzoek’ gevraagde informatie dus kunnen worden verstrekt.

Een groepsverzoek zou dan echter wel in ieder geval de volgende informatie moeten bevatten:

  • een gedetailleerde beschrijving van de groep;
  • een gedetailleerde beschrijving van de feiten en omstandigheden op basis waarvan het verzoek wordt gedaan;
  • een duidelijke en bewijsbare veronderstelling dat de spaarders binnen de groep hun vermogen niet in hun Nederlandse belastingaangifte hebben opgegeven.

Geldt niet voor Nederland

Hoewel de Zwitserse wet het dus mogelijk maakt om groepsverzoeken te doen, is dit niet mogelijk op basis van het verdrag met Nederland. In dat verdrag is uitsluitend nog geregeld dat individuele informatieverzoeken kunnen worden gedaan. Een nieuw verdrag of aanvullend protocol van ná Zwitserse wetswijziging is niet gesloten. Pas na invoering, vermoedelijk per 2018, van de overeenkomst tussen Zwitserland en de Europese Unie, gaat de nieuwe mogelijkheid om groepsverzoeken ook voor Nederland gelden.

Vissen mag niet

Zwitserland hoeft informatie niet te verstrekken als het verzoek te ruim is en daarom als ‘hengelen’ (fishing) wordt aangemerkt. De Zwitserse wet bepaalt uitdrukkelijk dat een informatieverzoek dat fishing inhoudt (‘Beweisausforschung’) niet wordt ingewilligd. Vissend ontvangt de Nederlandse fiscus dus geen informatie.

Maar waar ligt de grens tussen een ‘groepsverzoek’ en vissen? Voor het antwoord daarop kan worden gekeken waar Nederland – op dit moment – verdragsrechtelijk recht op heeft:

  • wel op informatie op verzoek,
  • niet op spontane informatieuitwisseling.

Als het verzoek zodanig ruim wordt geformuleerd dat eigenlijk wordt gevraagd: geef ons ‘spontaan’ gegevens over alle Nederlandse zwartspaarders, dan is een grens bereikt.

De door Nederland gevraagde informatie is zodanig breed dat – als een groepsverzoek wel mogelijk was geweest – dit zou moeten afstuiten op het visverbod. Nederland vraagt informatie over iedereen die:

  • een rekening had bij de UBS;
  • ergens in de jaren 2013-2014 meer dan € 1.500 op zijn rekening heeft gehad;
  • in Nederland woonde;
  • een brief heeft gehad van de UBS met de mededeling dat de rekening gesloten zal worden tenzij het vermogen netjes is opgegeven;
  • en daarop niet heeft gereageerd.

Oftewel: alle resterende zwartspaarders.

Publicatie in Zwitserse staatsblad dreigt?

De UBS heeft zijn rekeninghouders eerst zelf benaderd. De Belastingdienst wacht die informatie af. De Zwitserse overheid heeft vervolgens besloten dat die procedure openbaar moet worden gemaakt: dat kan leiden tot het met naam en toenaam vermelden van de individuele Nederlandse spaarders in de Zwitserse staatsblad (Bundesblatt). Dat zou niet voor het eerst zijn.

 De Zwitserse autoriteiten hebben nu de spaarders geïnformeerd dat over hen informatie is gevraagd. Spaarders kunnen met een formuliertje ermee instemmen dat de gegevens over hen aan de Nederlandse Belastingdienst wordt verstrekt.

Catch-22?

Publicatie is zogenaamd niet bedoeld om mensen te plagen, maar om de betrokkenen in staat te stellen bezwaar te maken tegen informatieverstrekking aan Nederland. Dat is onnodig voor degenen van wie het adres bekend is. Wie niet in Zwitserland woont kan via publicatie in het Bundesblatt erop gewezen worden dat hij of zij bezwaar kan maken tegen informatieverstrekking. Maar dan weet ook de Nederlandse fiscus met naam en toenaam om wie het gaat.

 Die publicatie in het Bundesblatt zal echter alleen plaatsvinden als de zwartspaarder én geen gemachtigde heeft in Zwitserland, én bovendien niet op andere manier niet bereikt kan worden door de Zwitserse autoriteiten. De betreffende zwartspaarders hebben een brief gehad van de UBS, dus kennelijk zijn ze in ieder geval voor de UBS vindbaar. De UBS vraagt ze hierin om alsnog een gemachtigde te kiezen of een actueel adres in Zwitserland door te geven. Dit zal een risico op publicatie uitsluiten. De UBS waarschuwt dat als niet op zijn brief wordt gereageerd, rekening moet worden gehouden met publicatie ‘op anonieme basis’.

Alleen uitstel, geen afstel

 De UBS zou ontkennen dat het zwartspaarders gaat verklikken aan de fiscus. Wie niets doet, zal ‘alleen maar’ zijn rekening opgeheven zien per eind 2015: dan raakt de spaarder zijn geld kwijt.

De Europese Unie en Zwitserland hebben bovendien in mei van dit jaar een overeenkomst gesloten over het automatisch uitwisseling uiterlijk per 2018. Zwitserland gaat vanaf dan automatisch, dus zonder verzoek, gegevens uitwisselen over spaarders. Deze afspraken gaan volgens de huidige stand van zaken tot één jaar terug. De informatie die in dat kader gaat worden uitgewisseld gaat dus over de periode vanaf 2017. Als de rekening er in 2017 nog steeds is, dan ligt die informatie in ieder geval alsnog bij de Nederlandse Belastingdienst ‘op straat’.

De door de Nederlandse Belastingdienst aan de UBS gevraagde informatie lijkt veel te ruim en te vaag. De kans is zeer reëel dat het informatieverstrekking als vissen zal worden aangemerkt en om die reden uiteindelijk niet aan Nederland zal worden verstrekt. Het risico van openbare publicatie in het Bundesblatt is misschien wel groter maar kan worden voorkomen door tijdig een gemachtigde in Zwitserland aan te wijzen. Maar uiteindelijk zal Zwitserland vanaf in ieder geval 2017 automatisch gegevens gaan uitwisselen en lijkt op termijn inkeer – of ontdekking door de fiscus – onontkoombaar. 

Mr. V.S. (Vanessa) Huygen van Dyck-Jagersma

Boetevrij inkeren: de laatste ronde

door Igor Thijssen

Al meer dan twaalfhonderd zwartspaarders hebben hun vermogen opgebiecht bij de belastingdienst. Tot 1 juli 2014 is er een tijdelijke mogelijkheid om boetevrij in te keren. Daarna gaat de boete omhoog naar 30% en een jaar later zelfs naar 60%.

Uit een persbericht van 8 november 2013 blijkt dat dit jaar al 1272 zwartspaarders hun verzwegen vermogen hebben opgebiecht bij de belastingdienst. De Staatssecretaris meldt daarover het volgende:

De tijdelijke versoepeling van de inkeerregeling is succesvol. Het geeft de mensen net dat laatste zetje om zich te melden bij de Belastingdienst.”

Deze tijdelijke regeling voorziet in de mogelijkheid om tot 1 juli 2014 boetevrij in te keren. Daarna gaat de boete omhoog naar 30%. Per 1 juli 2015 gaat de boete nog verder omhoog naar 60%. De vraag is of deze tijdelijke versoepeling de doorslaggevende reden is voor zwartspaarders om in 2013 massaal in te keren.

Vaak hebben vele zwartspaarders al tientallen jaren de beschikking over een verzwegen buitenlandse bank- en effectenrekening, veelal in Zwitserland, Oostenrijk of Luxemburg. Daar heeft men in een ver verleden spaargelden gestald, soms om zwarte inkomsten uit het zicht te houden of vermogen te verbergen voor een ex-echtgenoot, maar vaak ook omdat men destijds (vóór 2001) de belastingdruk op vermogen te hoog vond. Naast 0,7% vermogensbelasting over de omvang van het vermogen, was inkomstenbelasting verschuldigd over de daaruit genoten inkomsten tegen een progressief tarief van maximaal 60%. In 2001 is de belastingdruk op vermogen verlaagd door afschaffing van de vermogensbelasting en invoering van de vermogensrendementsheffing (box III). De facto is sinds 2001 nog slechts een percentage van 1,2% inkomstenbelasting verschuldigd over het (verzwegen) vermogen en zijn er sinds 2001 minder (tariefsmatige) redenen om nog vermogen in het buitenland te stallen en te verzwijgen. Gezien de lange navorderingstermijn van twaalf jaren voor buitenlandse vermogens (Artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen), zijn zwartspaarders niet direct in 2001 ingekeerd. De (calculerende) zwartspaarders hebben vanwege deze navorderingstermijn veelal 12 jaren gewacht om uiteindelijk pas in 2013 in te keren. Overigens wordt de navorderingstermijn van twaalf jaren verlengd in het geval destijds uitstel is verkregen voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting (2000), zodat de verwachting is dat sommige zwartspaarders nog tot 2014 wachten met inkeren om er zeker van te zijn dat zij enkel 1,2% vermogensrendementsheffing verschuldigd zijn over de jaren 2001 tot en met 2013.

Een andere reden dat zwartspaarders vanaf 2013 massaal zijn gaan inkeren, heeft te maken het feit dat het bankgeheim in Zwitserland, Oostenrijk en Luxemburg niet meer is wat het ooit was. Los van de belastingverdragen tot informatieuitwisseling die Nederland heeft gesloten met landen zoals Zwitserland, Oostenrijk en Luxemburg, reikt de Nederlandse staat steeds vaker tipgelden uit aan personen (voormalige bankmedewerkers) die gegevens verstrekken over Nederlandse rekeninghouders. Nu de pakkans aanzienlijk is toegenomen, keren veel zwartspaarders in om te voorkomen dat ze tegen de lamp lopen. Naast deze verhoging van de pakkans, is ook de strafmaat voor zwartspaarders enorm verhoogd. De maximale boetes voor zwartspaarders zijn sinds 2010 verhoogd van 100% naar 300% over de alsnog verschuldigde belasting. En bij strafrechtelijke vervolging wordt al vrij snel (vanaf een fraudebedrag van € 10.000) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. De verhoging van zowel de pakkans als de strafmaat zorgen ervoor dat zwartspaarders eerder dan voorheen eieren voor hun geld kiezen en overgaan tot het vrijwillig verbetering van hun eerder ingediende belastingaangiften.

Tenslotte doen sinds kort ook de buitenlandse (veelal Zwitserse) banken een duit in het zakje door hun zwartsparende rekeninghouders te verplichten om de betreffende tegoeden alsnog te verantwoorden aan de Belastingdienst. Wanneer een rekeninghouder weigert om in te keren, wordt de bankrekening opgeheven en staat de voormalige rekeninghouder met een contant geldbedrag op straat. Hoewel de genoemde redenen er reeds toe leidden dat zwartspaarders massaal zijn gaan inkeren, trok de Staatssecretaris de twijfelaars op 2 september 2013 over de streep door de tijdelijke mogelijkheid te introduceren om boetevrij in te kunnen keren. Was daarvoor nog een (beperkte) boete van 30% verschuldigd door de zwartspaarder die tot inkeer kwam, thans is inkeer tot 1 juli 2014 mogelijk zonder boete. Aldus is het voor zwartspaarders bijzonder aantrekkelijk en goedkoop om vóór 1 juli 2014 in te keren. De Staatsecretaris heeft ooit gemeld dat een percentage van 30% tot 40% heffing over het gemiddelde vermogen bij inkeer gebruikelijk is, maar sinds 2013 is in de meeste gevallen slechts 12 (jaren) x 1,2% over het gemiddelde vermogen aan inkomstenbelasting verschuldigd. Daarnaast is nog een bedrag aan (heffings)rente verschuldigd, hetgeen in totaal zal neerkomen op een percentage van ongeveer 15% – 20% van het verzwegen banktegoed.

Het bedrag dat als gevolg van een vrijwillige verbetering  verschuldigd is, kan evenwel veel hoger worden in het geval het zwarte vermogen erfrechtelijk is verkregen. Met ingang van 1 januari 2012 is in artikel 66, lid 3, van de Successiewet 1956 een bepaling opgenomen als gevolg waarvan de navorderingsbevoegdheid ten aanzien van erfbelasting over buitenlands vermogen niet vervalt. Er is niet voorzien in overgangsrecht hetgeen zou kunnen betekenen dat thans nog successierecht kan worden nagevorderd over een in een ver verleden erfrechtelijk verkregen buitenlands vermogen. Dit geldt mogelijk ook in de gevallen waarin onder de oude regeling navordering van successierecht niet meer mogelijk was vanwege het verstrijken van de toentertijd geldende navorderingstermijn. De vraag is of het openbreken van een reeds afgeronde rechtspositie zich wel verhoudt met onder meer het rechtszekerheidsbeginsel dat (impliciet) is opgenomen in artikel 1, Eerste Protocol, van het EVRM. Het antwoord op deze vraag zal over een aantal jaren ongetwijfeld worden beantwoord door de Hoge Raad en/of het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, maar tot die tijd dient een inkeerder voorzichtigheidshalve rekening te houden met de omstandigheid dat over zeer oude erfenissen thans nog een aanzienlijk bedrag aan successierecht verschuldigd kan zijn.

Het is belangrijk dat het inkeertraject zorgvuldig, discreet en op de juiste manier begeleid wordt. Daarmee kan beboeting of bestraffing worden voorkomen. De verschuldigde belastingen worden op die manier zoveel mogelijk beperkt.

Ons kantoor heeft zich gespecialiseerd in het succesvol begeleiden van inkeerders. Wij nemen de onderhandelingen over en sturen zoveel mogelijk aan op een voordelige en praktische oplossing met de belastingdienst. Deze bestaat er in de meeste gevallen uit bestaat dat met de betreffende inspecteur een vaststellingsovereenkomst wordt gesloten waarin alle facetten van de inkeer zijn geregeld.

Hebt u vragen over de inkeerregeling of onze werkwijze? Neem vrijblijvend contact op voor meer informatie.