Discussie omvang inbeslagneming en uitlevering voorwerpen: moeilijk achteraf praten

Het startpunt van een strafrechtelijke procedure is voor verdachten vaak een doorzoeking door opsporingsambtenaren, bijvoorbeeld van de FIOD. Een van de doelen van deze doorzoekingen is dat stukken in beslag worden genomen, zowel fysiek als digitaal. Zelfs als u geen verdachte bent kan via een bevel uitlevering informatie worden gevorderd over u zelf. Maar de vordering kan ook zien op anderen zoals bijvoorbeeld uw klanten. Ondanks dat een verdachte niet verplicht is mee te werken om belaste informatie te verstrekken, kan een inspecteur van de Belastingdienst zelfs stukken vorderen bij een verdachte.

In de regel bent u verplicht aan dergelijke vorderingen te voldoen. Een doorzoeking moet u verder ondergaan. Maar zit er ook een grens aan die verplichting om stukken over te dragen, bijvoorbeeld als een vordering dermate ruim is opgesteld? Bijvoorbeeld omdat u goede reden hebt om te veronderstellen dat de gevorderde informatie niets van doen heeft met het achterliggende onderzoek? En wat kunt u doen op het moment dat men onverwachts bij u aan de deur staat?

Een inbeslagneming of het moeten overdragen van informatie in het kader van een bevel uitlevering brengt praktische problemen met zich mee. Niet alleen heeft u mensen over de vloer die uw dagelijkse bezigheden kunnen verstoren. Evenmin zit u erop te wachten dat u uw bedrijfsactiviteiten niet langer kunt uitoefenen omdat u bijvoorbeeld uw server hebt moeten afgeven.

Beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit

Het is van belang om u te realiseren dat de uitoefening van bevoegdheden zoals het vorderen ter uitlevering maar ook inbeslagneming onderworpen zijn aan zorgvuldigheidsbeginselen. Zo dient het optreden van opsporingsambtenaren niet onevenredig ingrijpend zijn. Als een minder ingrijpend alternatief voorhanden is moet verder daarvoor worden gekozen. Deze zogenaamde beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit gelden evengoed voor de zaken die worden meegenomen. Het eenvoudigweg binnenvallen en alles meenemen is wellicht vanuit een opsporingsperspectief te verkiezen omdat op deze manier gegarandeerd is dat geen informatie wordt ‘gemist’. De wet vereist evenwel dat nauwkeurig wordt omschreven waarnaar wordt gezocht. Echter, het nauwkeurig formuleren van een te ruime omschrijving (‘e-mail verkeer’, ‘overige correspondentie’ of ‘alle overige gegevens’) is evenwel niet iets waar een (hulp-)officier van justitie of opsporingsambtenaar (direct) op kan worden aangesproken. In de praktijk komt het dan ook geregeld voor dat alles wordt meegenomen of dat ‘alle zaken die betrekking hebben op een bepaalde persoon’ worden gevorderd.

In het geval al te makkelijk alles wordt meegenomen en zeker indien bedrijfsprocessen hierdoor in het honderd dreigen te lopen, mag van een zorgvuldige overheid worden verwacht dat het uitoefenen van bevoegdheden prudent wordt toegepast. Hetzelfde geldt vanzelfsprekend indien, naast informatie die ziet op het opsporingsonderzoek, tevens informatie wordt meegenomen van en over personen die daar (overduidelijk) niets mee van doen (kunnen) hebben.

Indien verder op een andere, minder ingrijpende, wijze de informatie verstrekt kan worden dan deze bij u op te halen, zou hiervoor moeten worden gekozen. Bijvoorbeeld als de informatie ook te vinden is bij een partij die geen geheimhoudingsrelatie heeft met de verdachte.

Indien u een geheimhouderrelatie hebt met personen van wie informatie wordt verzocht, bijvoorbeeld omdat uw beroepsorganisatie u daartoe verplicht zoals – onder andere de NOB, zou van opsporingsinstanties mogen worden verwacht dat het u niet onnodig moeilijk wordt gemaakt als de informatie via een andere, meer eenvoudige, weg voorhanden is. Bijvoorbeeld omdat de informatie ook op te halen is via een ander dan u als geheimhouder.

Klagen?

De praktijk leert echter dat hierover klagen bijzonder weinig effect heeft. Tegen een inbeslagneming staat een beklag bij de rechtbank open. Tenzij (nog meer) tijd en moeite wordt gespendeerd om een kortgedingprocedure aan te spannen, duurt het in de regel enkele weken alvorens een beklag door de raadkamer van de rechtbank wordt behandeld. De praktijk leert verder dat de rechtbank al snel oordeelt dat ‘er een belang voor strafvordering’ bestaat dan wel dat tegen de tijd dat de klacht wordt behandeld alles al is uitgespit.

Omdat klagen in de regel dus weinig effect sorteert, komt het geregeld voor dat de hiervoor aangehaalde zorgvuldigheidsnormen met de voeten worden getreden. Moet u alles dan maar ondergaan? In de praktijk komt het daar – helaas –  vaak op neer. Dit neemt niet weg dat op het moment u een goede reden heeft om u te beklagen over de omvang van een inbeslagneming of de reikwijdte van een bevel uitlevering, dit aan de betrokken opsporingsambtenaar en/of officier van justitie moet worden medegedeeld. Zeker op het moment dat u het opsporingsapparaat tijd kunt besparen door (al dan niet na tussenkomst van en overleg met uw advocaat) aan te wijzen waar ze naar op zoek zijn, is het soms mogelijk om een selectie aan te brengen in wat allemaal wordt meegenomen. Op het moment dat u bepaalde zaken niet al te lang kunt missen, staat men – mits dit het opsporingsonderzoek niet al te veel doorkruist – in de regel ook wel open om afspraken te maken om gevorderde of inbeslaggenomen documenten weer snel retour te geven.

Tips

Daarnaast zijn er enkele zaken waar u zich op kunt voorbereiden. Hieronder enkele tips:

  1. Beschikt u niet over de voorwerpen die worden verzocht? Bedenk dan dat u geen moeite hoeft te doen om deze voorwerpen te vinden. Zaken waarover u niet beschikt, kunt u ook niet overdragen;
  2. Zorg dat zowel uw digitale als fysieke administratie van verschillende partijen en projecten apart gerubriceerd staan in mappen of bewaard worden. Op het moment dat men bij u binnen staat voorkomt u hiermee dat meer dan strikt noodzakelijk wordt meegenomen. Vergeet hierbij uw mailboxen niet. Het komt geregeld voor dat mailboxen met duizenden e-mails van alle contacten over vele jaren worden meegenomen terwijl de opsporingsinstantie slechts interesse heeft /zou moeten hebben in die beperkte correspondentie met die ene partij uit het verleden;
  3. Let op dat u, en anders uw raadsman, ervoor zorgt dat niet meer wordt meegenomen dan strikt noodzakelijk. Indien mogelijk, bent u degene die de stukken pakt waarnaar wordt verzocht of gezocht. Maak bij voorkeur foto’s en kopieën van alle stukken die worden meegenomen. Een discussie achteraf over zaken die in het ongerede zijn geraakt wordt op deze wijze zo klein mogelijk gemaakt;
  4. Bent u het niet eens met de omvang van hetgeen wordt meegenomen? Klaag hier direct over tijdens de uitreiking van de vordering of de inbeslagneming. Neem contact op met uw advocaat en zorg ervoor dat de klacht later schriftelijk wordt herhaald. Voor zover niet direct geklaagd wordt tegen de uitlevering of de inbeslagname, kan dit namelijk niet op een later ogenblik aan het Openbaar Ministerie worden tegengeworpen.

Mr. drs. W. de Vries