Beslagen vermogen: lagere box 3 heffing

Stel u heeft geld verdiend met criminele activiteiten en de officier van justitie legt beslag op uw banktegoeden maar maakt vervolgens geen haast met het strafrechtelijk onderzoek. U kunt gedurende het onderzoek jarenlang niet beschikken over uw vermogen en aan het eind van de rit wordt het waarschijnlijk ontnomen. Alles wat crimineel verdiend is, wordt immers ‘afgepakt’. Bent u hierover wel ieder jaar box 3 belasting verschuldigd? In dit blog wordt uitgelegd onder welke omstandigheden dat niet het geval is.

Young man frustrated and angry shopping online is screaming

Bezittingen minus schulden

De heffingsgrondslag van box 3 van de inkomstenbelasting wordt gevormd door de bezittingen verminderd met de schulden. Zowel bezittingen als schulden worden tegen de waarde in het economische verkeer in aanmerking genomen. Het gaat dus om de objectieve (markt)waarde. Er is jurisprudentie over de vraag of conservatoir beslag een waarde verlagend effect heeft; als beslag ligt op een pand zal de vrije markt daar minder voor over hebben dan wanneer hetzelfde pand niet beslagen is. Dit argument is afgedaan met de overweging dat ‘conservatoir beslag een subjectieve omstandigheid is die belanghebbende persoonlijk aangaat en die geen invloed heeft op de objectieve waarde van de onroerende zaken.’ Hetzelfde geldt voor beslag op banktegoed. Het aftrekken van de aan het beslag (kennelijk) ten grondslag liggende schuld biedt in veel gevallen uitkomst.

Waarde economische verkeer van een schuld

De waarde van een schuld in het economische verkeer is niet altijd gemakkelijk te bepalen. Duidelijk is wel dat de waardering van een schuld afhankelijk is van de kans dat de schuld moet worden voldaan. Een zaak waarin die regel naar voren kwam ging over een schuld die ontstond doordat een werknemer zijn werkgever jarenlang had opgelicht door als hoofd van de afdeling een vacature te laten vervullen door een fictief persoon, om zelf de loonbetalingen op te strijken. Na ontdekking van de fraude eiste de werkgever de terugbetaling van het ten onrechte uitbetaalde loon van f. 370.000. De Hoge Raad boog zich over de vraag of al vóór ontdekking sprake was van een aftrekbare schuld en oordeelde als volgt:

Het Hof heeft, in cassatie onbestreden, geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op 1 januari 1986 voornemens was bovengenoemde schulden tot een totaal van f 370 000 aan zijn werkgeefster te voldoen, en dat op die datum niet voorzienbaar was dat deze in augustus 1988 van het bestaan van de schulden op de hoogte zou raken.

Daarvan uitgaande heeft het Hof met juistheid geoordeeld dat de waarde in het economische verkeer van die schulden geschat diende te worden rekening houdende met de op 1 januari 1986 bestaande kans, dat het onrechtmatig handelen van belanghebbende jegens zijn werkgeefster aan het licht zou komen.”

De aftrekbaarheid van een terugbetalingsverplichting neemt dus toe naar mate de kans dat de schuld aan het licht komt toeneemt. In gevallen waarin de officier van justitie beslag heeft gelegd om te kunnen ontnemen, is die kans vanzelfsprekend hoog.

Rechtbank Arnhem: concrete vordering aftrekbaar

Een in dit kader interessante uitspraak is van rechtbank Arnhem van 6 september 2011. Die zaak draaide om de heer X, die een administratiekantoor had en als medepleger van fraude strafrechtelijk was veroordeeld. X had een fiscaal verlies aangegeven vanwege een door hem gevormde voorziening van € 2 miljoen omdat hij aansprakelijk was gesteld wegens betrokkenheid bij jarenlange fraude en valsheid in geschrifte. De rechtbank wees de voorziening af met de overweging dat de activiteiten als gevolg waarvan hij aansprakelijk was gesteld zozeer onverantwoord zijn, dat niet langer sprake was van handelen in de uitoefening van zijn beroep. Anders gezegd, de voorziening is volgens de rechtbank niet aftrekbaar in box 1 omdat geen sprake is van een bron van inkomen waaraan de schadeveroorzakende handelingen van X kunnen worden toegerekend.

De vervolgvraag: is er een aftrekbare schuld in box 3? De rechtbank oordeelde van wel. Dit omdat X al wist dat hij onrechtmatig had gehandeld, hij was al aansprakelijk gesteld en de FIOD al onderzoek deed, zodat op dat moment al sprake was van een ‘juridisch afdwingbare en voldoende bepaalbare verplichting’. Over de waardering van de (hoogte van de) schuld overwoog de rechtbank als volgt:

“De waarde van de in aanmerking te nemen schuld dient in dit geval te worden vastgesteld met inachtneming van de kans dat die schuld zal moeten worden voldaan. Daarbij dient derhalve ook het procesrisico te worden ingeschat.”

Bewijslast procesrisico rust op de inspecteur

Uit voorgaande casus kan worden afgeleid dat de waarde van een schuld, in geval beslag is gelegd vanwege een aanstaande ontnemingsprocedure, moet worden verminderd met het risico dat de rechter de schuld lager vaststelt dan gevorderd door de officier van justitie. De bewijslast van dit procesrisico rust op de inspecteur. Om beslag te kunnen leggen om ontnemingsverhaal zeker te stellen moet voordeelsontneming ‘tot een bepaald bedrag’ redelijkerwijs te verwachten zijn. Dit betekent dat de officier van justitie een onderbouwing moet geven waar het beslag op is gebaseerd en waarom tot een bepaald bedrag beslag is gelegd. Deze motivering van het beslag door de officier van justitie kan dienen als onderbouwing van een aftrekbare schuld richting de fiscus, zodat is voldaan aan de bewijslast dat sprake is van een aftrekbare schuld. De bal ligt vervolgens bij de inspecteur om de hoogte van het te ontnemen bedrag te betwisten. Een interessante vraag daarbij is voor wiens rekening het risico dient te komen dat het beslag door de officier van justitie tot een te hoog bedrag is gelegd.

Conclusie

Beslag om ontnemingsverhaal zeker te stellen kan alleen als voordeelsontneming redelijkerwijs te verwachten is. De officier van justitie moet dus aanknopingspunten hebben om te stellen dat en hoeveel crimineel geld is verdiend. Met de omstandigheid dat dit bedrag uiteindelijk moet worden (terug)betaald aan de Staat kan fiscaal al in een vroeg stadium rekening worden gehouden. Een schuld bestaat namelijk al vanaf het moment dat de criminele winst is behaald. Deze schuld is aftrekbaar naar mate de kans dat de schuld moet worden voldaan toeneemt. Als beslag is gelegd vanwege een aanstaande ontneming, mag voor het bepalen van de hoogte van de schuld worden uitgegaan van de gemotiveerde schatting van het te ontnemen bedrag door de officier van justitie. Het is vervolgens aan de inspecteur om aan te voeren waarom de vordering van de officier tot een lager bedrag moet worden vastgesteld.

Mr. N. (Nick) van den Hoek 

Strafvorderlijke vervreemding: zit er bovenop!

In fraudezaken is inbeslagneming van voorwerpen schering en inslag. Een aanzienlijk deel van deze voorwerpen wordt voorafgaand aan een definitief rechterlijk oordeel verkocht, de zogenaamde vervreemding. Wanneer moet u met de mogelijkheid van vervreemding rekening houden? Welke mogelijkheden hebt u om vervreemding voorkomen?

Upset driver after car accident

In de iets zwaardere strafzaken waarin niet kan worden uitgesloten dat een geldboete wordt opgelegd of dat criminele winsten zullen worden afgenomen beschikt het openbaar ministerie over de mogelijkheid om in een vroeg stadium van de strafrechtelijke procedure beslag te leggen. Zo is zij ervan verzekerd te zijn dat – uiteindelijk – de geldboete of de te ontnemen winsten kunnen worden ‘geplukt’. In lichtere strafzaken is het zelfs mogelijk dat een dergelijk ‘verhaalsbeslag’ (ook) wordt gelegd om ervan verzekerd te zijn dat een in het strafproces gevoegde vordering van een benadeelde partij betaald zal worden.

De capaciteit van Justitie om voorwerpen te bewaren is echter beperkt. Een strafrechtelijke procedure kan daarbij jaren in beslag nemen. (Kleine) goederen die (redelijk) waardevast zijn of bijvoorbeeld geld kunnen zonder al te veel moeite onder beslag blijven. Voor grotere voorwerpen, zoals bijvoorbeeld auto’s, geldt echter dat de kosten voor de opslag al snel niet meer in redelijke verhouding staan tot hun waarde. Zeker indien wordt bedacht dat auto’s snel in waarde dalen en daarbij, ook als ze stil staan, op een gegeven ogenblik onderhoud nodig hebben, is duidelijk waarom Justitie dergelijke voorwerpen zo snel mogelijk te gelde wil maken. Eenieder die op de veilingsite van Justitie kijkt, kan zien dat dit op grote schaal gebeurt. Alleen al omdat bijvoorbeeld in auto’s geen proefrit kan worden gemaakt, of sleutels van voertuigen niet altijd aanwezig zijn (hoewel deze vaak wel in beslag zijn genomen) is de executieopbrengst na vervreemding in de regel een fractie van de waarde die het voorwerp zou hebben opgebracht bij een ‘gewone verkoop’.

Indien u (voortijdige) executie van inbeslaggenomen voorwerpen wil (proberen) te voorkomen omdat u de inbeslaggenomen spullen nodig hebt c.q. u wilt voorkomen dat deze voor een appel en en ei worden verkocht, bestaat er de mogelijkheid om door middel van een klaagschrift te verzoeken deze retour te krijgen. De jurisprudentie leert echter dat, in afwachting van de afronding van de strafrechtelijke procedure, het openbaar ministerie het voordeel van de twijfel krijgt. De praktijk leert dat om de meeste kans te hebben om spullen terug te krijgen, je met de officier van justitie om tafel moet. Bedenk hierbij het volgende:

  • Wil Justitie tot vervreemding overgaan, dienen de te veilen goederen ‘vervangbaar’ te zijn en dient ‘de tegenwaarde eenvoudig zijn te achterhalen’. Indien u aan kunt tonen dat goederen niet vervangbaar zijn (erfstukken, de Oldtimer, etc.) is het van groot belang dit in een zo vroeg mogelijk stadium te melden bij de officier van justitie die het onderzoek leidt;
  • Indien u niet kunt uitsluiten dat aan voorwerpen nader onderzoek dient te worden verricht of indien u de voorwerpen wil laten bekijken door de rechters in de strafzaak (en u goed kunt onderbouwen waarom), mogen de voorwerpen niet worden verkocht;
  • Als u kunt onderbouwen waarom u de inbeslaggenomen voorwerpen nodig hebt (bijvoorbeeld omdat u zonder de inbeslaggenomen bedrijfsauto of machines uw bedrijf niet voort kunt zetten), zal het openbaar ministerie eerder geneigd zijn om u aan te horen.

Het openbaar ministerie zal de door de inbeslagneming verworven zekerheid van betaling van een eventuele boete of ontneming niet zo maar willen opgeven. Uitgangspunt is dan ook dat het openbaar ministerie slechts bereid is om inbeslaggenomen voorwerpen terug te geven als daar iets tegenover staat. Denk hierbij aan de volgende alternatieven:

  • Kunt u een alternatieve financiering aanbieden, bijvoorbeeld door een bankgarantie, een extra hypotheek en dergelijke?
  • Is het openbaar ministerie bereid om op de voorwerpen civiel conservatoir beslag te (laten) leggen? In dat geval kunt u als houder hierover blijven beschikken (maar kunt u de voorwerpen bijvoorbeeld niet verkopen of anderszins onttrekken)
  • Hebt u wellicht een (al dan niet bevriend) contact die de voorwerpen voor een hogere prijs dan de verwachte executiewaarde wil overnemen?

Last but not least: wacht niet te lang. Juist omdat Justitie zo kort mogelijk inbeslaggenomen voorwerpen onder zich wil hebben, zal zo snel mogelijk tot vervreemding worden overgegaan. Hiertoe dient het openbaar ministerie een machtiging te verstrekken. Bedenk echter dat op het moment het openbaar ministerie niets doet, de bewaarder al na zes weken zelfstandig tot vervreemding over kan gaan. Benader de zaaksofficier van justitie dan ook in een zo vroeg mogelijk stadium en laat deze een attendering op de voorwerpen zetten opdat deze, in elk geval in afwachting van uw onderhandelingen, nog niet worden vervreemd. Want helaas geldt: weg is weg. Zit er dus bovenop!

19 december 2017: Strafvorderlijk (beklag tegen) beslag (Eggens Instituut UvA), docent Mr. drs. W. de Vries

Blog: Inbeslagname in strafzaken? Hou een vinger aan de pols!  door Mr. drs. Wiebe de Vries, advocaat-belastingkundige

 

Inbeslagname in strafzaken? Hou een vinger aan de pols!

In opsporingsonderzoeken, zeker in fraudezaken, komt het geregeld voor dat opsporingsambtenaren op een onverwacht ogenblik in woningen en/of kantoorlocaties komen binnenvallen en spullen in beslag nemen. Tijdens dergelijke ‘doorzoekingen’ wordt gezocht naar voorwerpen zoals bijvoorbeeld de administratie welke verder als bewijs kan worden gebruikt. Ook kan de doorzoeking worden gebruikt om waardevolle voorwerpen (sieraden, auto’s en dergelijke) in beslag te nemen zodat deze – na te zijn verkocht – kunnen worden gebruikt om een later op te leggen boete of ontnemingsvordering mee te voldoen.In de praktijk gonst het al jaren van verhalen dat de overheid niet altijd integer handelt. Inbeslaggenomen voorwerpen ‘verdwijnen’ en de burger wordt in de regel verder slecht geïnformeerd over de inbeslagname. Op 24 augustus 2016 heeft de Ombudsman, na vele klachten hierover, het rapport ‘Waar is mijn auto?’ uitgebracht. Hieronder worden enkele onderdelen daarvan uitgelicht en worden handvaten aangedragen om de kans op problemen met inbeslagnames zo beperkt mogelijk te houden.

businessman with an orange tie turning his empty pockets inside out. Front view, no head. Isolated. Concept of bankruptcy.

Uit het onderzoek door de Ombudsman blijkt dat de burger na een inbeslagname geen idee heeft waar het in beslag genomen voorwerp is en wat ermee gaat gebeuren. Dit komt doordat de beslagene niet of nauwelijks wordt geïnformeerd: zo kan op de internetsites van de betrokken instanties  bijvoorbeeld geen informatie worden gevonden over de mogelijkheid om beklag in te stellen tegen inbeslagname en ook naar praktische informatie, zoals bijvoorbeeld de tip om kentekens te schorsen als een auto in beslag is genomen omdat voertuigverplichtingen (zoals de verplichte APK-keuring) doorlopen, is het lang zoeken.

Geld en waardevolle voorwerpen ‘verdwijnen’

In de oriënterende fase van het onderzoek door de Ombudsman heeft de redactie van het televisie- en radioprogramma Een Vandaag verder een onderzoek verricht door bij leden van de specialisatieverenigingen voor strafrechtadvocaten te vragen naar hun ervaringen, het radio-interview hierover beluistert u hier. Uit dit onderzoek blijkt dat het overgrote deel van de advocaten die hebben gereageerd ervaringen hebben waarin inbeslaggenomen voorwerpen verdwijnen nadat zij zijn meegenomen tijdens een doorzoeking. Er zijn zelfs meerdere sterke aanwijzingen dat waardevolle voorwerpen in het geheel niet worden geregistreerd en in de zakken van opsporingsambtenaren verdwijnen. Omdat het moeilijk is om te bewijzen dat de voorwerpen voorafgaand aan de doorzoeking wel aanwezig waren en daarna niet meer, heeft het doen van aangifte van verduistering in de regel weinig succes. Daarenboven komt het ook voor dat verdachten in de regel geen aangifte willen doen van criminele voorwerpen’. In witwaszaken waar aan aangetroffen vermogen een legale herkomst moet worden gehangen bestaat vaak geen motivatie om te klagen over ‘verdwenen’ contante geldbedragen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor gestolen drugs of vuurwapens.

Doe vroegtijdig navraag

De overheid heeft op het rapport van de Ombudsman gereageerd door te erkennen dat het belang van burgers bij inbeslagnames niet altijd de aandacht krijgt die het verdient. Maar ook indien de toezegging om met de aanbevelingen die de Ombudsman in zijn rapport doet om aan de slag te gaan door de overheid ook in de praktijk wordt gebracht, is het goed om na inbeslagname een vinger aan de pols te houden.

Zo is het raadzaam om in elk geval de afweging te maken of het zin heeft om met het Openbaar Ministerie in contact te treden over de inbeslagname. Indien wordt gevraagd wanneer het onderzoek naar voorwerpen is afgerond, dienen deze zo spoedig mogelijk terug te komen. Hier bovenop (blijven) zitten dwingt een officier van justitie in een vroeg stadium navraag te doen bij het opsporingsteam wat de kans verkleint dat voorwerpen verdwijnen.

Voorkom voortijdige (executie-)verkoop

Bij voorwerpen die in beslag zijn genomen om later te kunnen worden uitgewonnen, is het daarnaast wijs goed in de gaten te houden dat deze niet tussentijds door de Dienst Domeinen worden geveild. Zeker bij voorwerpen waarvan de opslagkosten snel kunnen oplopen bestaat er voor de mogelijkheid voor het Openbaar Ministerie om (ruim voor de inhoudelijke behandeling waar wordt geoordeeld of het beslag rechtmatig is!) zaken alvast via een executieveiling te verkopen waar de voorwerpen (waar soms ook een emotionele waarde aan zit) in de regel voor een zeer lage prijs worden verkocht. Door contact te houden met het Openbaar Ministerie kan worden bekeken of op een andere wijze zekerheid voor het beslag kan worden gevonden. Ook kan worden geprobeerd om bij wijze van ‘civiel conservatoir beslag’ het voorwerp terug te geven aan de beslagene die, indien inderdaad door een rechter wordt besloten dat het beslag kan worden uitgewonnen, dit dan pas moet overdragen (of ‘terug moet kopen’).

Beklag tegen inbeslagname

Daarnaast bestaat de mogelijkheid om tegen de inbeslagname een beklag in te dienen bij de rechtbank. Hoewel de dagelijkse praktijk helaas leert dat vanwege de zeer marginale toetsing door de rechtbank dergelijke procedures vaak teleurstellend verlopen, wordt het Openbaar Ministerie in elk geval gedwongen om in een vroeger stadium dan op dit moment gebruikelijk is een oordeel te vormen over het beklag.