In beroep bij de belastingrechter

Tegen de meeste besluiten van de Belastingdienst staat bezwaar en beroep open. De hoofdregel is dat u eerst bezwaar moet maken voordat de weg naar de rechter openstaat. Tegen een ongunstige uitspraak op uw bezwaar kunt u in beroep gaan bij de rechtbank. Dat doet u door bij de rechtbank een beroepschrift in te dienen. Het schrijven van een goed beroepschrift vereist dat u zich in de schoenen van de rechter verplaatst: welke informatie heeft hij of zij nodig om uw zaak goed te kunnen behandelen? U raadt het al: niet alleen uw visie is daarbij van belang. Ook de voorbereiding van de mondelinge behandeling van de zaak door de rechtbank (de zitting) vergt het een en ander van u. In dit blog beperken wij ons tot de (formele) eisen die worden gesteld aan een beroepschrift en de optimale inrichting daarvan.

mr. N. (Nick) van den Hoek, Jaeger Advocaten-belastingkundigen

Voorwaarden voor een rechtsgeldig beroep

U hebt bezwaar gemaakt tegen een opgelegde aanslag en de inspecteur heeft uw bezwaar bij uitspraak afgewezen. U bent het oneens met die uitspraak van de inspecteur en wilt het er niet bij laten zitten. Dat voert u naar de rechter en u moet een beroepschrift indienen bij de rechtbank. Welke rechtbank dat is (de relatief bevoegde rechtbank), vindt u onderaan de uitspraak op uw bezwaar. De rechtbanken in Breda, Den Haag, Haarlem, Groningen en Arnhem behandelen zaken over rijksbelastingen.

Uiteraard moet er ook worden betaald om te kunnen procederen bij de rechtbank. Er is een zogenaamd griffierecht verschuldigd van € 48 voor particulieren, van € 178 als het bepaalde belastingen betreft zoals dividendbelasting, omzetbelasting, motorrijtuigenbelasting, accijnzen en douanerechten en van € 354 als het beroep wordt ingesteld door een organisatie (rechtspersoon). Artikel 6:5 Awb stelt als (formele) voorwaarden dat het beroepschrift:

  1. is ondertekend;
  2. de datum vermeldt waarop het is opgesteld (de dagtekening);
  3. de naam en het adres van de indiener bevat;
  4. vermeldt tegen welk besluit het beroep is gericht (omschrijving van de uitspraak op bezwaar);
  5. welke argumenten (“gronden”) u heeft voor uw gelijk; en
  6. “zo mogelijk” vergezeld gaat van een kopie van het besluit waarop het geschil betrekking heeft (meestal een uitspraak op bezwaar).

Met ‘indiener’ wordt degene bedoeld die voor zichzelf beroep instelt of degene namens wie beroep wordt ingesteld. Als u voor een ander beroep instelt, verlangt de rechtbank een door die ander ondertekende volmacht waaruit blijkt dat u gemachtigd bent om het beroep in te stellen.   

Een belangrijke voorwaarde voor een rechtsgeldig beroep is dat het beroepschrift tijdig is ontvangen door de rechtbank. Het beroepschrift moet bij de rechtbank binnenkomen binnen zes weken nadat de uitspraak op bezwaar is gedaan. Die termijn begint te lopen met ingang van de dag na die waarop het besluit “op de voorgeschreven wijze” werd bekend gemaakt. Bij verzending per post geldt de aanvullende regeling dat  het  beroep tijdig is als het beroepschrift binnen de termijn van zes weken is verzonden en het uiterlijk een week na afloop van die termijn is ontvangen. In een arrest van 10 augustus 2001 heeft de Hoge Raad beslist dat bezorging via een andere postverzender dan PostNL of via een koeriersdienst, niet als bezorging per post geldt. De Centrale Raad van Beroep, de hoogste Nederlandse rechter op het gebied van het sociaal zekerheidsrecht, heeft die lijn inmiddels verlaten. De verwachting is dat de Hoge Raad daarin mee gaat en eveneens bezorging door andere postaanbieders onder bezorging per post zal scharen.

Als u als particulier beroep instelt kan dat ook digitaal met behulp van DigiD, zowel voor uzelf als voor een andere particulier.

Als het beroepschrift niet tijdig is ontvangen door de rechtbank, kan uw beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Mocht u het beroepschrift te laat hebben ingediend dan volgt meestal een niet-ontvankelijkverklaring door de rechter en is de zaak daarmee afgelopen. Inhoudelijk wordt uw zaak dan niet behandeld. Maar er kunnen omstandigheden zijn waardoor uw verzuim om tijdig het beroepschrift in te dienen u niet kan worden verweten (‘verschoonbare termijnoverschrijding’, artikel 6:11 Awb). Makkelijk is het overigens niet om voor die ‘verschoning’ in aanmerking te komen. Mocht u onverhoopt door het coronavirus worden getroffen bijvoorbeeld, dan is de lijn in de rechtspraak dat u dan maar een belangenbehartiger moet inschakelen om voor het tijdig instellen van beroep te zorgen. Misschien zal op die regel een uitzondering worden gemaakt als u na diagnose onmiddellijk op de intensive care bent beland.

Als uw beroepschrift niet voldoet aan een van de formele eisen van artikel 6:5 Awb, dan kan de rechtbank uw beroepschrift eveneens niet-ontvankelijk verklaren, mits u in de gelegenheid bent gesteld het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen en u dat niet heeft gedaan. 

Het beroepschrift: inhoud en indeling

Behalve de hiervoor genoemde formele voorwaarden, gelden er geen regels voor het opstellen van een beroepschrift. Door dit gebrek aan houvast zijn veel beroepschriften moeilijk leesbaar. Dat wil zeggen dat de rechter na lezing eigenlijk nog niet weet waar de zaak over gaat en wat de klachten zijn. De Belastingdienst heeft ten behoeve van zijn inspecteurs een standaard structuur gemaakt voor een verweerschrift, dat is het stuk waarin het beroepschrift wordt beantwoord. Die structuur is ook geschikt om een goed beroepschrift te schrijven en volgt hierna met een korte, puntsgewijze toelichting.

  • Ontvankelijkheid van het beroep

Het beroepschrift moet tijdig bij de rechtbank binnenkomen. Het is goed om zelf te vast te leggen dat het beroepschrift tijdig bij een postbezorger ter verzending is aangeboden of online is ingediend. U draagt daarvoor namelijk de bewijslast.

  • Feiten

Het is zeer belangrijk dat alle feiten die in uw zaak een rol spelen in een logisch verband, bijvoorbeeld chronologisch, worden vermeld. Feiten spelen een rol als ze noodzakelijk zijn om tot de door u bepleite rechtstoepassing te komen. Bijvoorbeeld, u bent van mening dat u niet volledig in Nederland belastingplichtig bent omdat u in een ander land woonachtig bent. Het is dan van belang om alle feiten op te sommendie erop duiden dat u niet in Nederland woont. U kunt daarbij denken aan: het niet beschikken over huisvesting in Nederland, het niet hebben van familie in Nederland, het niet hebben van zakelijke banden met Nederland, zoals een onderneming, bankrekening etc.

Feiten moeten komen vast te staan voordat de rechter het recht erop toepast. Vast staan feiten als ze bewezen zijn (in het belastingrecht heet dat: aannemelijk zijn). U dient zich te realiseren dat op u de last kan rusten om door u gestelde feiten aannemelijk te maken; op u rust dan de bewijslast voor die feiten. Het is dan ook goed om bij elk door u gesteld feit te bedenken of u dat feit kunt bewijzen met bijvoorbeeld een akte, brief, overeenkomst, factuur, e-mailverkeer of een getuigenverklaring.

Concentreert u zich daarbij in de eerste plaats op de feiten in het jaar waarover u procedeert. Als u procedeert over een aanslag inkomstenbelasting 2018, dan zijn de feiten in dat jaar het belangrijkst. In veel beroepschriften ligt de nadruk echter op latere gebeurtenissen, zoals een vervelend verlopen controle. Dat leidt af van waar de zaak over gaat: uw inkomsten in 2018 en de belastbaarheid daarvan.

Een tip die enige discipline vergt is om in het feitenrelaas geen aandacht te besteden aan uw mening of die van de inspecteur. Een mening is geen feit en hoort daarom niet thuis in dit onderdeel. Dat komt later in uw beroepschrift. 

  • Geschil

Hier moet u de punten beschrijven waarover u met de inspecteur van mening verschilt. Om op het hiervoor gegeven voorbeeld voort te borduren. U vindt dat de inspecteur ten onrechte uw inkomsten heeft belast, want u woont niet in Nederland en hoeft dus hier geen belasting te betalen over die inkomsten. U hoeft zich niet te beperken tot één geschilpunt. Als sprake is van een navorderingsaanslag kunt u bijvoorbeeld als aanvullend geschilpunt stellen dat niet is voldaan aan de vereisten voor navordering. Daarnaast kan het zijn dat u het bijvoorbeeld niet eens bent met een bij de aanslag opgelegde boete of de in rekening gebrachte rente. Ook dat vorm een afzonderlijk geschilpunt. Een uitputtende opsomming van de geschilpunten is belangrijk, want het is het geraamte waarop u uw beschouwing (zie onder 5.) aanbrengt.

  • Standpunt inspecteur

In elk geschil – of het nu is met uw buurvrouw of met de belastinginspecteur – is het nuttig om goed te luisteren naar de argumenten van de andere kant om de kracht – en wellicht het gelijk – van uw tegenstrever te leren kennen. Onder dit punt geeft u per geschilpunt kort en kernachtig de argumentatie van de inspecteur weer. Let op: ook in dit onderdeel gaat u nog niet in op de argumentatie van de inspecteur.

  • Beschouwing  

Nu worden de feiten, de geanalyseerde geschilpunten en het toepasselijke recht met elkaar vervlochten tot een geheel. Dit is het verhaal waarin u, uitgaande van de door u als vaststaand aangemerkte feiten, per geschilpunt de (volgens u) juiste toepassing van het recht (regelgeving en rechtspraak) beschrijft. Eigenlijk ligt in deze aanpak de bestrijding van de afwijkende standpunten van de inspecteur al besloten. Toch is het goed om kort te beschrijven waarom de inspecteur met zijn argumenten de plank misslaat. De Beschouwing is uw verhaal; vertel het met verve maar laat u niet meeslepen door heilig geloof in het eigen gelijk. Uitweidingen dienen te worden vermeden, de structuur moet worden gehandhaafd om het verhaal inzichtelijk te houden. Laat uitvoerige citaten uit volgens u toepasselijke rechtspraak achterwege, maar verwerk de in die rechtspraak neergelegde rechtsnorm in uw eigen betoog met een ECLI-vermelding voor de vindplaats.

  • Conclusie

Nu komt het slot van uw beroepschrift: de conclusie. Daarin neemt u op wat de rechter naar uw mening zou moeten beslissen. Aangezien u het oneens bent met de uitspraak van de inspecteur op uw bezwaarschrift, begint u met vernietiging van die uitspraak. Daarna volgt vernietiging of vermindering van de aanslag tot een bepaald belastbaar inkomen of bedrag (let op dat meer ‘posities’ mogelijk zijn bij ingenomen subsidiaire standpunten). Ook voor de boete- en of rentebeschikking past u dit stramien toe. U wilt uiteraard ook vergoeding van de kosten die u hebt moeten maken voor het voeren van de procedure, met inbegrip van de kosten die u heeft gemaakt voor het bezwaar. In het Besluit proceskosten bestuursrecht staat welke kosten wanneer voor vergoeding in aanmerking komen. Als de behandeling van de zaak (bezwaar en beroep samen) meer dan twee jaar heeft geduurd en dat niet aan u ligt, dan heeft u recht op een vergoeding van immateriële schade vanwege de lange duur van de zaak. Die vergoeding bedraagt € 500 per half jaar vertraging en daarom moet u verzoeken. Om vergoeding van de kosten van het griffierecht hoeft u niet te verzoeken. Die vergoeding kent de rechtbank uit eigen beweging toe indien u (deels) in het gelijk wordt gesteld. Vergeet niet het beroepschrift te dagtekenen, te ondertekenen en van uw naam en adres te voorzien. Som onder uw naam en handtekening de bijlagen op die u meestuurt en waarnaar u in het beroepschrift heeft verwezen.

Een goed beroepschrift is niet binnen een dag geschreven. Begin dus op tijd met het schrijven en laat uw concept bij voorkeur een aantal dagen liggen voordat u het opnieuw leest. U zult zien dat u bij het schrijven gedachtesprongen heeft gemaakt die bij herlezing niet zo vanzelfsprekend zijn als u aanvankelijk dacht. Bedenk daarbij dat u de zaak van binnen en van buiten kent en de rechter veel stukken leest op een dag: hij of zij heeft geen tijd uw stuk twee of drie keer te lezen in de hoop te begrijpen wat u bedoelt. Uw verhaal moet voor een buitenstaander dus goed te volgen zijn. Het is over het algemeen aan te raden iemand uw conceptberoepschrift te laten tegenlezen en diegene om feedback te vragen: is het steeds duidelijk wat u bedoelt?

Beroep tegen fictieve weigering uitspraak op bezwaar te doen

Als de inspecteur blijft talmen met het doen van een uitspraak op uw bezwaar, kunt u hem schriftelijk in gebreke stellen. Twee weken nadien kunt u dan bij de rechtbank beroep instellen tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar (beroep tegen een fictieve weigering).

Samenvatting

Als u het niet eens met de uitspraak van de inspecteur op uw bezwaarschrift, dat kunt u in beroep bij de rechtbank. U dient daar dan (tijdig) een beroepschrift in waarin u schrijft wat er in uw zaak aan de hand is, over welk specifiek besluit het gaat, op welke punten u met de inspecteur van mening verschilt, waarom u vindt dat hij op die punten ongelijk heeft en wat de rechter naar uw mening moet beslissen. Dat is geen eenvoudige zaak, zeker niet als er meer geschilpunten zijn en er een boete is opgelegd. Bij een aanzienlijk financieel belang is het verstandig om te overwegen deskundige hulp in te schakelen. Daarbij is van belang dat die hulp ervaring heeft met het voeren van procedures in belastingzaken. Mocht u besluiten om de procedure zelf te voeren, onthoudt dan: procederen is structureren. Ofwel, schrijf een verhaal met een duidelijke indeling, zoals hiervoor weergegeven, verlies u niet in omstandige beschouwingen en vergeet niet aan de rechter duidelijk te maken wat u van hem wilt. Veel succes.

Wilt u meer informatie over het in beroep gaan bij de belastingrechter? Kijk dan op onze themapagina beroep of raadpleeg onze modelberoepschriften.

Reacties zijn gesloten.