De aangifte, een drieluik, deel I de verplichting tot het doen van aangifte

In het belastingrecht speelt de (belasting)aangifte vanzelfsprekend een voorname rol. Loon- en omzetbelasting moet op aangifte worden voldaan of afgedragen. Inkomsten- en vennootschapsbelasting worden weliswaar bij wege van aanslag geheven, maar daarbij is de aangifte (slechts) een belangrijk ‘hulpmiddel’. Iedereen heeft wel een idee bij wat een aangifte is, maar een aangifte is zeker niet altijd ‘de vereiste aangifte’. Zeker voor de consequenties (deel III) is een juiste beoordeling van het begrip noodzakelijk.

De aangifte

Hoofdstuk II, de artikelen 6 t/m 10a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) gaat over ‘de aangifte’. Gek genoeg tref je daar geen omschrijving aan van wat een aangifte is. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de belastingaanslag staat ook in de opsomming van begrippen in artikel 2 AWR niet omschreven wat in de AWR onder de aangifte wordt verstaan, laat staan onder de vereiste aangifte. Wel is duidelijk dat de inspecteur iemand kan uitnodigen tot het doen van aangifte als diegene, naar de mening van de inspecteur, vermoedelijk belastingplichtig of inhoudingsplichtig is. Bovendien kan je vragen om uitreiking van een aangifte, waarbij de wet voorschrijft dat je dan ook daadwerkelijk die aangifte moet doen. Tot slot kan het verplicht zijn om te vragen om een uitnodiging. Maar wanneer je verplicht bent daarom te vragen, is niet in de wet geregeld. Dat is geregeld in een Ministeriële regeling (Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994, verder de uitvoeringsregeling). Het komt erop neer dat je altijd wanneer je belastbaar bezig bent geweest moet vragen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. Dus heb je bijvoorbeeld inkomsten genoten dan ben je verplicht om een uitnodiging te vragen.

Het is niet alleen een omslachtige regeling, maar bovendien is de verplichting om te vragen om een uitnodiging een dode letter geworden. In de praktijk komt het erop neer dat zonder uitnodiging niet wordt opgetreden tegen het niet doen, of meer precies het niet vragen om te worden uitgenodigd. Aangezien de meeste aangiften inmiddels digitaal moeten worden ingediend, is het zelfs niet mogelijk aangifte te doen zonder te zijn uitgenodigd, omdat met de uitnodiging de aangifte die moet worden gedaan in de digitale omgeving wordt geplaatst. Zonder dit ‘klaar zetten’ kan je niets indienen.

De wettelijke regeling is wat archaïsch, zullen we maar zeggen.

De uitnodiging tot het doen van aangifte

Verder duid ik de ‘uitnodiging tot het doen van aangifte’, het wettelijke begrip, maar kortweg aan als de aangifte zelf. De wet gaat ervan uit dat in de uitnodiging de verlangde gegevens staan, maar die staan in het digitale ‘ding’ waarnaar je in de uitnodiging wordt verwezen, of die in het ‘eigen digitaal belastingdomein’ is te vinden. In de aangifte wordt vanzelfsprekend gevraagd om gegevens die van belang kunnen zijn voor de heffing. Een criterium dat we ook kennen bij de algemene informatieverplichting jegens de inspecteur (artikel 47 AWR). De gevraagde gegevens moeten duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden ingevuld binnen de door de inspecteur gestelde termijn. Wat dit inhoudt beschrijf ik in het volgende blog.

Bij de aangiften inkomsten- en vennootschapsbelasting moet worden aangemaand als indiening uitblijft, bij de loon- en omzetbelasting niet.

De verplichting aangifte te doen

Gaat alles gewoon zoals het hoort, dan is niet erg van belang wat nu eigenlijk de aangifte is, en wat daarover is geregeld. Wat volstaat is dat je verplicht bent aangifte te doen indien je daartoe bent uitgenodigd en praktisch gezien alleen dan.

Maar dan ook wel echt voor de in de uitnodiging gestelde datum, even afgezien van de mogelijkheid om uitstel te krijgen. In de gevangenis, alle stukken in beslag genomen door de FIOD, of gewoon ziek, zwak, misselijk, niet in staat te lezen, of een computer te gebruiken: in vrijwel alle (uitgeprocedeerde) gevallen is dat een risico dat voor rekening komt van degene die aangifte moe(s)t doen. Je hebt het maar te regelen.

Wanneer is er reden een onjuiste aangifte te corrigeren?

Op het gevaar af in een semantische discussie te belanden, is het gelet op het voorgaande duidelijk dat een aangifte niet kan worden vervangen door een nieuwe aangifte, noch dat er enige verplichting bestaat om een eerdere onjuiste aangifte te herstellen. Wel zijn er inmiddels meldplichten in het leven geroepen voor het melden van onjuistheden. Dat wil niet zeggen dat buiten deze meldplichten geen aanleiding kan zijn om ook in andere gevallen achteraf geconstateerde fouten niet toch te melden en/of te herstellen.

Omzetbelasting

De verplichting onjuistheden in eerdere aangiften omzetbelasting te melden is sinds 2012 opgenomen in het toen toegevoegde artikel 10a AWR. Dat artikel is daarmee een wat vreemde eend in de bijt van hoofdstuk II AWR, ”Aangifte”. Deze verplichting onjuistheden te melden staat los van de vraag of er enige bewustheid was van de onjuistheid bij het eerder doen van de desbetreffende aangiften omzetbelasting.

Melden moet zo spoedig mogelijk gebeuren na de constatering dat eerdere aangiften onjuist waren. Niet melden is een verzuim, opzettelijk niet melden kan worden bestraft met een vergrijpboete van 100% van het ten onrechte niet aangegeven bedrag.

Aangezien het gaat om het corrigeren van gedane aangiften, bestaat de verplichting niet als er (ten onrechte) in het geheel geen aangiften zijn gedaan. Zie de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 juli 2018 voor een bevestiging van dit standpunt. De strafkamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde voorts op 10 juli 2018 dat strafrechtelijke vervolging  van het niet melden van onjuistheden niet mogelijk is, nu dat alleen staat omschreven als beboetbaar, niet ook als vervolgbaar, feit.

Loonbelasting  

Sinds 2017 kent de aangifte loonbelasting het verzoek om onjuistheden uit eerdere perioden te herstellen. Het niet nakomen van deze verplichting levert (maximaal) een verzuim op.

Inkomsten- en vennootschapsbelasting

Er bestaat geen enkele verplichting om een onjuistheid in een aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting te herstellen.

Inkeer

Indien de onjuistheid al bij het doen van de aangifte voor alle hiervoor genoemde belastingen bekend was en de onjuistheid dus verweten kan worden, dan kan er reden zijn om ‘in te keren’ voordat de inspecteur van de onjuistheid op de hoogte raakt. Het tijdig zelf melden van de onjuistheid voorkomt strafrechtelijke vervolging (met uitzondering van fouten in box 2 of 3 van de aangifte inkomstenbelasting). Ook heeft de Belastingdienst een beleid om de boete dan te matigen. De zogenaamde inkeerregeling is de laatste jaren voor de inkomstenbelasting wel enorm uitgekleed. Zie hierover het recente blog ‘Afschaffing inkeer met een hakbijl: een stille revolutie met grote gevolgen’ van Vanessa Huygen van Dyck-Jagersma van 7 november 2019.

Over het volgen van de aangifte en het (on)juist doen van aangifte gaat mijn volgende blog. Over de gevolgen van het niet doen van de vereiste aangifte gaat het laatste deel van dit drieluik.

Conclusie

Wat een aangifte is, is niet wettelijk gedefinieerd. In de zo langzamerhand erg digitaal geregelde informatie-uitwisseling met de belastingdienst, is de aangifte eigenlijk het digitale programma dat de Belastingdienst aanbiedt ter ‘invulling’. Het melden of corrigeren van onjuistheden in de aangiftebelastingen (bijvoorbeeld: omzetbelasting) is verplicht, bij de aanslagbelastingen (bijvoorbeeld: inkomstenbelasting) is er slechts sprake van een stimulans om opzettelijke onjuistheden te herstellen voordat die zijn ontdekt. De stimulans om onjuistheden in de aangifte inkomstenbelasting te melden nam enorm af door het uitkleden van de inkeerregeling.

Reacties zijn gesloten.