Het fiscaal moreel kompas van een bank: bent u als klant fiscaal integer?

Belastingontduiking is illegaal en belastingontwijking is legaal. Dan bestaat er nog iets van een belastingmoraal. Een ethisch besef in de fiscaliteit dat niet eenvoudig is te duiden en zelfs per belastingplichtige kan verschillen. Een bepaalde fiscale gedraging kan juridisch misschien door de beugel maar nog steeds moreel verwerpelijk zijn. Het is maar net wie u het vraagt.

Het fiscale morele kompas slaat de laatste jaren duidelijk om. De maatschappelijke perceptie doet ertoe. Niet voor niets ontstaat nieuwe wetgeving zoals DAC6 (‘Mandatory disclosure’). Hieruit volgt dat intermediairs dan wel belastingplichtigen verplicht zullen zijn om potentieel agressieve grensoverschrijdende constructies te melden aan de Belastingdienst. Aan de hand van zogenoemde wezenskenmerken moeten intermediairs vaststellen of er aanleiding is voor een melding van een grensoverschrijdende constructie. Uiterlijk op 31 augustus 2020 moeten inlichtingen worden verstrekt (met terugwerkende kracht tot 25 juni 2018).

Een soortgelijk fiscaal moreel kompas werkt ook door in het toezicht van De Nederlandse Bank (DNB), die in dit kader een lezenswaardige handreiking geeft aan banken. In het oog springt dat een bank alert moet zijn op het risico op belastingontwijking (dat dus legaal is). De schadelijke effecten van belastingontwijking kunnen in de woorden van DNB de reputatie van een bank en het vertrouwen in de Nederlandse financiële sector aantasten. Hiervoor moet een bank dan ook een eigen “risk appetite” bepalen.  Dit kan per bank verschillen, aangezien dit afhankelijk is van de grenzen waarbinnen een bank risico’s al dan niet accepteert. Een bank mag voldoende transparantie van de cliënt verwachten inzake structuur, geldstromen en fiscale motieven. Als banken zelf niet over voldoende fiscale expertises beschikken om risico’s te beoordelen zijn er volgens DNB een tweetal opties:

1)   Het inwinnen van externe expertise;

2)   Het type cliënt niet langer bedienen.

Het gevaar dat cliënten worden buitengesloten –  in een scenario waarbij dus niet in strijd met de wet wordt gehandeld – ligt hiermee op de loer. Een bankrekening is in de huidige maatschappij nog steeds een soort van levensbehoefte, al is het maar om belasting te kunnen betalen bij de Belastingdienst. Er lijkt teveel ruimte te bestaan voor een subjectieve maatstaf. Ik mag hopen dat cliëntdossiers tijdig worden gedeeld met betrokkenen, waarbij de bank eveneens deelt hoe informatie wordt meegewogen in haar risicobeoordeling. Al was het maar om een ander  perspectief mee te laten wegen in de betreffende beslisboom die een bank zal hanteren. De transparantie van een cliënt wordt als belangrijk uitgangspunt genomen. Het lijkt er op dat een bank kan volstaan om intern te benoemen welke signalen duiden op (in de woorden van de DNB) “intransparantie” zoals:

–      Het weigeren om relevante (fiscale) informatie te verschaffen aan de bank;

–      Het geven van tegenstrijdige verklaringen;

–      Een onduidelijke onderbouwing van de fiscale motieven.

Voorgaande signalen lijken mij bij uitstek van belang om te delen met cliënten, al was het maar om hierop tijdig te kunnen reageren en uit te kunnen leggen dat een potentieel risico zich niet zal verwezenlijken. Schoenmaker blijf bij je leest. Het is geen primaire functie van een bank om te oordelen of een fiscale constructie maatschappelijk gezien wenselijk is. Het is subjectief en kan leiden tot willekeur. Niet in de laatste plaats gaat dit ten koste van de rechtszekerheid. We hebben niet voor niets een parlementair wetgevingsproces en de toets van een rechterlijke macht. Laat fiscaal toezicht daar waar het hoort. Een bank die acteert als een ‘belastinginspecteur’ gaat een paar stappen te ver.